THEMA'S
SERVICE & ADVIES

Instemmingsrecht van de ondernemingsraad

Datum:05-09-2019

Artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) bepaalt dat de in dat artikel genoemde besluiten slechts met instemming van de ondernemingsraad kunnen worden genomen. Lid 1 van het artikel bevat een limitatieve opsomming. Dat neemt niet weg dat ook besluiten die dicht tegen de in het artikel genoemde onderwerpen aan liggen, onder het instemmingsrecht van de ondernemingsraad kunnen vallen.

Het instemmingsrecht kan daarnaast uitgebreid worden bij ondernemingsovereenkomst (artikel 32 WOR), bij wet of bij cao.

1.1 Inleiding

Een voorgenomen besluit over een onderwerp genoemd in artikel 27 lid 1 WOR valt onder het instemmingsrecht indien:

  1. het om een voldoende concrete beslissing van de ondernemer gaat (zie paragraaf 1.3);

  2. het de vaststelling, wijziging of intrekking van een regeling betreft, welke betrekking heeft op alle of een groep van de in de onderneming werkzame personen en die niet incidenteel van aard is (zie paragraaf 1.4);

  3. de regeling waar het voorgenomen besluit op ziet niet inhoudelijk is geregeld in de voor de onderneming geldende cao of een regeling van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan (zie paragraaf 1.6).

De WOR bepaalt welke procedurele stappen gezet moeten worden in het kader van het instemmingsrecht. Voorgeschreven is bijvoorbeeld wat de ondernemer moet mededelen aan de ondernemingsraad, en hoe en wanneer. Ook voor de behandeling van het instemmingsverzoek bevat de wet regels.

1.1.1 Wijzigen van voorgenomen besluit

Instemmingsrecht betekent dat de ondernemer zijn besluit niet mag uitvoeren als de ondernemingsraad niet met de voorgestelde regeling instemt. De ondernemingsraad kan de door de ondernemer gewenste regeling dus tegenhouden, maar kan de ondernemer niet verplichten in overeenstemming met de wensen van de ondernemingsraad te besluiten. Een echt medebeslissingsrecht heeft de ondernemingsraad dus niet.

In veel gevallen zal het de ondernemingsraad in de eerste plaats niet per se gaan om het behoud van de bestaande regeling, maar is hij tegen de door de ondernemer voorgestelde wijziging op een regeling. In de praktijk zien we dan ook regelmatig dat ondernemingsraden door ‘voorwaarden’ aan de instemming te verbinden, wijzigingen proberen te bewerkstelligen in het voorgenomen besluit. Zij kunnen dit echter niet afdwingen. Een eigen voorstel van de ondernemingsraad zal gebaseerd moeten worden op het initiatiefrecht van artikel 23 lid 3 WOR. Indien de ondernemer het op grond van het initiatief recht gedaan voorstel niet overneemt, kan de ondernemingsraad daar echter geen beroep tegen instellen.

1.1.2 Toestemming kantonrechter

Geeft de ondernemingsraad geen toestemming, dan kan de ondernemer er voor kiezen zich tot de kantonrechter te wenden met het verzoek hem toestemming te geven het besluit te nemen. Het betreft een bevoegdheid, geen verplichting. De ondernemer kan er ook voor kiezen om van het besluit af te zien. De toestemming van de kantonrechter treedt in de plaats van de instemming van de ondernemingsraad (zie verder paragraaf 1.7).

1.1.3 Inroepen nietigheid

Een besluit over een onderwerp dat onder het instemmingsrecht van de ondernemingsraad valt, maar dat de ondernemer neemt zonder de instemming van de ondernemingsraad, of zonder vervangende toestemming van de kantonrechter of het Gerechtshof, is nietig. De ondernemingsraad dient dan echter wel binnen een maand de nietigheid in te roepen (zie paragraaf 1.8).

1.1.4 Bedrijfscommissie

Tot 1 april 1990 was niet de kantonrechter, maar de bedrijfscommissie in een hoger beroep en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevoegd vervangende goedkeuring te geven. Met de wetswijziging van 1 april 1990 is de bevoegdheid tot het verlenen van vervangende goedkeuring aan de kantonrechter toegekend. Dat neemt niet weg dat de uitspraken van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zowel voor wat betreft de vraag welke besluiten wel en welke niet onder het instemmingsrecht vallen, als voor wat betreft de wijze waarop de belangenafweging tussen ondernemingsraad en de ondernemer plaatsvindt, nog relevant zijn voor de uitleg en toepassing van de WOR. Ook de minister moest immers beoordelen of het betreffende onderwerp wel onder het instemmingsrecht van de ondernemingsraad viel en vervolgens of de ondernemingsraad in redelijkheid zijn instemming heeft kunnen onthouden.

1.2 Limitatieve opsomming artikel 27 lid 1 WOR

Artikel 27 WOR bevat, net als artikel 25 WOR, een limitatieve opsomming. Alleen besluiten die in artikel 27 WOR worden genoemd, vallen onder het instemmingsrecht. Vanzelfsprekend is niet bepalend welke naam de ondernemer aan de betreffende aangelegenheid geeft voor het al dan niet instemmingsplichtig zijn van het besluit.

1.2.1 Uitbreiding instemmingsrecht

Daarnaast geldt dat het instemmingsrecht uitgebreid kan worden. Zo bepaalt artikel 32 WOR dat bij cao (of in geval van overheden: een regeling van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan), eenzijdig besluit van de ondernemer of bij schriftelijke overeenkomst gesloten tussen ondernemer en ondernemingsraad, meer bevoegdheden aan de ondernemingsraad kunnen worden toegekend. Dit betekent dat ook onderwerpen die niet in artikel 27 WOR genoemd staan op genoemde wijze instemmingsplichtig kunnen worden.

Ten slotte is in een aantal wetten, zoals de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet arbeid en zorg, een soort instemmingsrecht opgenomen, in die zin dat de ondernemer slechts de vrijheid heeft om af te wijken van bepaalde bepalingen nadat er schriftelijke overeenstemming wordt bereikt met de ondernemingsraad.

1.3 Voorgenomen besluit

Artikel 27 lid 1 van de Wet op de ondernemingsraden spreekt van ‘elk door hem (de ondernemer) voorgenomen besluit’. De wetgever heeft niet aangegeven welke gedraging wel en welke niet een voorgenomen besluit is in de zin van artikel 27 lid 1 WOR.

Over het algemeen gelden de volgende kaders: beleidsoverwegingen krijgen niet het predicaat ‘voorgenomen besluit’ als bedoeld in artikel 27 lid 1 aanhef WOR. Immers, een beleidsoverweging hoeft niet per definitie uit te monden in een voorgenomen besluit. Gebeurt dat wel, dan moet de ondernemer alsnog instemming vragen indien het een onderwerp betreft zoals genoemd in artikel 27 lid 1 WOR.

Een uiteenzetting van de ondernemerskant over wat wel en niet tot zijn taak en/of bevoegdheden hoort, is evenmin voorgenomen besluit.

Besluiten in de zin van artikel 27 lid 1 WOR worden niet zelden voorafgegaan door voorbereidende activiteiten. Het kan voorkomen dat besluitvormingstrajecten gefaseerd verlopen en over een langere tijd gespreid worden uitgevoerd. De vraag is dan wanneer er sprake is van een voornemen of van een concreet besluit. Dit onderscheid is niet altijd eenvoudig te maken. Als een besluit om iets te doen een logisch gevolg is van een eerder besluit waarover reeds instemming is verkregen, dan hoeft er geen sprake te zijn van een (nieuw) voorgenomen besluit in de zin van artikel 27 lid 1 aanhef WOR.

Een besluit genoemd in artikel 27 WOR is niet alleen instemmingsplichtig als de ondernemer het (op papier) aan de ondernemingsraad ter instemming heeft voorgelegd. Ook als de ondernemer feitelijk een besluit heeft genomen betreffende een aangelegenheid genoemd in artikel 27 WOR, is het instemmingsrecht van toepassing. Het betekent niet dat een afwijking van een bestaande regeling in een individueel geval al een wijziging van die regeling betekent en dus instemmingsplichtig is. Er moet ten minste sprake zijn van een min of meer bestendige gedragslijn van de ondernemer (zie kantonrechter Rotterdam, 20 augustus 1981, NJ 1983,9).

Het doet er ten slotte niet toe welk orgaan of welke persoon het besluit heeft genomen. Indien het besluit de onderneming betreft, en valt onder de in het eerste lid genoemde onderwerpen, is de instemming van de ondernemingsraad nodig.

Let op
Het besluit moet wel door personen of organen die deel uitmaken van de onderneming genomen zijn. Besluiten van buiten de onderneming leiden (uitzonderingsgevallen van toerekening of medeondernemerschap daargelaten) niet tot een instemmingsrecht.

1.4 Uitsluitend regelingen of systemen

Artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden bepaalt dat de ondernemer de instemming behoeft van de ondernemingsraad voor besluiten tot vaststelling, wijziging of intrekking van regelingen of systemen op een aantal met name genoemde onderdelen van het sociaal beleid. De vraag rijst wanneer we mogen spreken van een regeling of een systeem. Daaronder dient, zo blijkt uit de toelichting op de wet, verstaan te worden ‘besluiten die een min of meer algemeen en min of meer permanent karakter dragen’. Het vereiste dat het besluit een permanent karakter moet dragen heeft tot gevolg dat incidentele besluiten buiten het instemmingsrecht van de ondernemingsraad vallen.

Artikel 27 Wet op de ondernemingsraden

  1. De ondernemer behoeft de instemming van de ondernemingsraad voor elk door hem voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van:

  1. regelingen op grond van een pensioenovereenkomst, een winstdelingsregeling of een spaarregeling;

  2. een arbeids- en rusttijdenregeling of een vakantieregeling;

  3. een belonings- of een functiewaarderingssysteem;

  4. een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het reintegratiebeleid;

  5. een regeling op het gebied van het aanstellings-, ontslag- of bevorderingsbeleid;

  6. een regeling op het gebied van de personeelsopleiding;

  7. een regeling op het gebied van de personeelsbeoordeling;

  8. een regeling op het gebied van het bedrijfsmaatschappelijk werk;

  9. een regeling op het gebied van het werkoverleg;

  10. een regeling op het gebied van de behandeling van klachten;

  11. een regeling omtrent het verwerken van alsmede de bescherming van de persoonsgegevens van de in de onderneming werkzame personen;

  12. een regeling inzake voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van de in de onderneming werkzame personen;

  13. een procedure voor het omgaan met het melden van een vermoeden van een misstand, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet Huis voor klokkenluiders;

  14. een en ander voor zover betrekking hebbende op alle of een groep van de in de onderneming werkzame personen.

  1. De ondernemer legt het te nemen besluit schriftelijk aan de ondernemingsraad voor. Hij verstrekt daarbij een overzicht van de beweegredenen voor het besluit, alsmede van de gevolgen die het besluit naar te verwachten valt voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben. De ondernemingsraad beslist niet dan nadat over de betrokken aangelegenheid ten minste éénmaal overleg is gepleegd in een overlegvergadering. Na het overleg deelt de ondernemingsraad zo spoedig mogelijk schriftelijk en met redenen omkleed zijn beslissing aan de ondernemer mee. Na de beslissing van de ondernemingsraad deelt de ondernemer zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de ondernemingsraad mee welk besluit hij heeft genomen en met ingang van welke datum hij dat besluit zal uitvoeren.

  1. De in het eerste lid bedoelde instemming is niet vereist, voor zover de betrokken aangelegenheid voor de onderneming reeds inhoudelijk is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan. Instemming is eveneens niet vereist voor zover ter zake van een aangelegenheid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, sprake is van verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet.

  1. Heeft de ondernemer voor het voorgenomen besluit geen instemming van de ondernemingsraad verkregen, dan kan hij de kantonrechter toestemming vragen om het besluit te nemen. De kantonrechter geeft slechts toestemming, indien de beslissing van de ondernemingsraad om geen instemming te geven onredelijk is, of het voorgenomen besluit van de ondernemer gevergd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen.

  1. Een besluit als bedoeld in het eerste lid, genomen zonder de instemming van de ondernemingsraad of de toestemming van de kantonrechter, is nietig, indien de ondernemingsraad tegenover de ondernemer schriftelijk een beroep op de nietigheid heeft gedaan. De ondernemingsraad kan slechts een beroep op de nietigheid doen binnen een maand nadat hetzij de ondernemer hem zijn besluit overeenkomstig de laatste volzin van het tweede lid heeft meegedeeld, hetzij - bij gebreke van deze mededeling - de ondernemingsraad is gebleken dat de ondernemer uitvoering of toepassing geeft aan zijn besluit.

  1. De ondernemingsraad kan de kantonrechter verzoeken de ondernemer te verplichten zich te onthouden van handelingen die strekken tot uitvoering of toepassing van een nietig besluit als bedoeld in het vijfde lid. De ondernemer kan de kantonrechter verzoeken te verklaren dat de ondernemingsraad ten onrechte een beroep heeft gedaan op nietigheid als bedoeld in het vijfde lid.

  1. Onder regelingen op grond van een pensioenovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden mede verstaan regelingen opgenomen in een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet of een uitvoeringsreglement als bedoeld in onderdeel b van de definitie van uitvoeringsreglement in artikel 1 van de Pensioenwet, die van invloed zijn op de pensioenovereenkomst waaronder in ieder geval worden begrepen: regelingen over de wijze waarop de verschuldigde premie wordt vastgesteld, de maatstaven voor en de voorwaarden waaronder toeslagverlening plaatsvindt en de keuze voor onderbrenging bij een bepaalde pensioenuitvoerder, pensioeninstelling uit een andere lidstaat of verzekeraar met zetel buiten Nederland als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Pensioenwet.

De geldingsduur van de regeling bepaalt niet of er sprake is van een permanent karakter. De regeling heeft een permanent karakter als deze geschikt is voor herhaalde toepassing. De ondernemer kan in dit kader besluiten een bepaalde regeling of systeem als proef of pilot in te voeren zonder instemming te vragen aan de ondernemingsraad. Dit kan echter enkel wanneer er geen onomkeerbare stappen worden gezet en wanneer de proef of pilot van korte duur is. Het feit dat een algemene en permanente regeling onder het mom van een proef wordt ingevoerd, staat niet aan het instemmingsrecht in de weg.

1.4.1 Betrekking op in onderneming werkzame personen

Om van een regeling te kunnen spreken is daarnaast vereist (zo volgt uit de slotzin van artikel 27 lid 1 WOR) dat deze betrekking heeft op alle of een groep van de in de onderneming werkzame personen. Onder het begrip ‘in de onderneming werkzame personen’ vallen in eerste instantie werknemers die op grond van een arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling werkzaam zijn in de onderneming, met inbegrip van zieke en arbeidsongeschikte werknemers.

Ook de gevallen als benoemd in artikel 1 lid 3 (de werknemers die krachtens arbeidsovereenkomst of aanstelling met de ondernemer werkzaam zijn in een andere onderneming of uitzendkrachten die langer dan 24 maanden in de onderneming werkzaam zijn) vallen hieronder.

Tot slot vallen hieronder ook de groepen personen die op grond van artikel 6 lid 4 WOR zijn aangewezen als in de onderneming werkzame personen.

Een groep is een categorie werknemers met overeenkomstige belangen of kenmerken. Denk bijvoorbeeld aan alle werknemers van een bepaalde afdeling, een groep van werknemers met een bepaalde functie, of een bepaalde leeftijdsgroep.

Hierna volgt een aantal voorbeelden ter illustratie.

Een wijziging van de vergoedingsregeling voor overuren voor werknemers die parttime werken, is een regeling als bedoeld in artikel 27 van de WOR. Dat in de onderneming slechts zes parttimers werken is niet van belang, nu de regeling in zijn algemeenheid voor parttimers zal gaan gelden (Minister van SZW, 18 januari 1982, Rechtspraak medezeggenschapsrecht 1981-1982, nr. 69).

Een wijziging van het dienstrooster van de transportdienst van een ziekenhuis is, ook al betreft het een zeer kleine groep werknemers, een besluit als genoemd in artikel 27 WOR (Minister van Sociale Zaken 16 juli 1981, Rechtspraak medezeggenschapsrecht 1981-1982, nr. 75).

Ook een jaarlijks vast te stellen regeling kan een regeling met een permanent karakter zijn. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een jaarlijks vast te stellen optieregeling. In zulke gevallen geldt dat het feit dat de regeling voor ‘slechts’ een jaar wordt vastgesteld, niet betekent dat zij niet permanent is.

Het opdragen van overwerk is daarentegen geen min of meer permanente regeling en daarom geen regeling tot wijziging van de werktijden. Overwerk is per definitie tijdelijk van aard, ook indien de periode enige weken betreft. Alleen indien welhaast voortdurend overwerk moet worden verricht, is sprake van een wijziging van de werktijden. Opgemerkt wordt nog dat voor het opdragen van overwerk geen toestemming van de Inspectie SZW meer is vereist.

De ondernemer probeert soms het instemmingsrecht van de ondernemingsraad te ontlopen door met alle werknemers afzonderlijk een wijziging van hun arbeidsovereenkomst overeen te komen. Dan is er naar de mening van de ondernemer geen sprake van een regeling, maar van individuele contractwijzigingen ten aanzien waarvan de ondernemingsraad geen bevoegdheden bezit. Deze zienswijze is onjuist. Het aanbieden van nieuwe contracten aan alle werknemers gebeurt op grond van een besluit dit te gaan doen. Dit besluit behoeft de instemming van de ondernemingsraad (Ktr. Amsterdam 30 juni 1982, PG 1982, nr. 1827).

Ook het gegeven dat een regeling een experimenteel karakter heeft, brengt niet automatisch mee dat er geen instemming van de ondernemingsraad is vereist (Rb. 's- Gravenhage, 22 februari 2000, ROR 2000/21).

1.4.2 Wijziging van regelingen

Onder de werking van het instemmingsrecht van de ondernemingsraad vallen niet alleen voorgenomen besluiten welke betrekking hebben op de vaststelling of intrekking van een regeling. Ook de wijziging van een regeling valt onder het instemmingsrecht. Iedere wijziging van een in artikel 27 lid 1 WOR genoemde regeling, die van algemene strekking en niet incidenteel van aard is, behoeft de instemming van de ondernemingsraad, ook als de wijziging inhoudelijk slechts beperkt is. Anders dan bij het adviesrecht geldt bij het instemmingsrecht niet de drempelvoorwaarde dat de wijziging een zekere omvang moet hebben (het belangrijkheidscriterium dat we in artikel 25 WOR ten aanzien van sommige besluiten terugzien). Ook voor geringe wijzigingen is de instemming van de ondernemingsraad vereist. De ondernemingsraad moet zelfstandig kunnen beoordelen of hij de voorgestelde wijziging van betekenis acht of niet.

1.5 Instemmingsrecht betreffende arbeidsvoorwaarden

Uitgangspunt van de wet is dat de ondernemingsraad geen instemmingsrecht heeft met betrekking tot primaire arbeidsvoorwaarden (loonhoogte, arbeidsduur en het aantal vakantiedagen). De Hoge Raad heeft dit in twee uitspraken van 11 februari 2000 bevestigd (HR, 11 februari 2000, NJ 2000,274).

Het betrof hier een zaak tussen de ondernemingsraad van de Belastingdienst tegen de Staat der Nederlanden over de instemmingsplichtigheid van een zogenaamde ‘pretverlof’-regeling. Deze regeling kende de werknemers een extra vrije dag toe voor elke op een gewone werkdag vallende verjaardag en een extra vrije dag voor een lokale festiviteit naar keuze. De ondernemingsraad stelt zich op het standpunt dat afschaffing van dit ‘pretverlof’ zijn instemming behoeft, de werkgever meent van niet. De werkgever krijgt in drie instanties gelijk. De Hoge Raad overweegt:

“Blijkens de parlementaire geschiedenis van de Wet op de ondernemingsraden en van een aantal wijzigingen van die wet is een- en andermaal benadrukt dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest aan de ondernemingsraad een instemmingsrecht te geven met betrekking tot de vaststelling of wijziging van primaire arbeidsvoorwaarden. De regeling van de arbeidsduur, dat wil zeggen het aantal uren op jaarbasis gedurende welke werknemers arbeid dienen te verrichten, moet worden gerekend tot de primaire arbeidsvoorwaarden. Aangenomen moet worden dat onder een vakantieregeling als bedoeld in art. 27 lid 1 onder b WOR moet worden verstaan een regeling die betrekking heeft op de wijze waarop of de periode waarin vakantiedagen kunnen worden opgenomen, maar dat onder een zodanige regeling niet moet worden begrepen een regeling die betrekking heeft op het aantal vakantiedagen waarop een werknemer aanspraak kan maken, nu laatstbedoelde regeling consequenties heeft voor de feitelijke arbeidsduur in die zin dat het opnemen van vakantiedagen een vermindering van het aantal op jaarbasis te werken uren meebrengt. De ‘pretverlof’-regeling komt neer op toekenning van een extra vrije dag per jaar en kan derhalve niet worden aangemerkt als een werktijd- of vakantieregeling als bedoeld in art. 27 lid 1 onder b WOR.”

Het voorgaande betekent overigens niet dat ondernemer en ondernemingsraad niet over primaire arbeidsvoorwaarden zouden kunnen onderhandelen. Onderhandelen houdt echter niet in dat tevens sprake is van instemmingsrecht. Onder onderhandelen dient te worden verstaan dat de partijen (ondernemingsraad en ondernemer) na overleg trachten tot overeenstemming te komen. Slagen zij daarin niet, dan behoudt de ondernemer zijn bevoegdheid de arbeidsvoorwaarden vast te stellen, tenzij in de ondernemingsovereenkomst voor dit geval een geschillenregeling is opgenomen.

Dat de ondernemingsraad over arbeidsvoorwaarden mag onderhandelen blijkt uit de hierna aangehaalde uitspraak van de president van de rechtbank 's-Gravenhage (Rb. ’s-Gravenhage 19 mei 1992, KG 1992,210).

Het betrof hier het besluit van het ingenieursbureau Grabofski dat zij het overleg over de arbeidsvoorwaarden met de ondernemingsraad zou gaan voeren. Daartoe is tussen Grabofski en de ondernemingsraad een convenant tot stand gekomen. De vakbonden stelden in de procedure dat de WOR het onderhandelen over de primaire arbeidsvoorwaarden aan de vakbonden toewijst, met uitsluiting van de ondernemingsraad. De rechter heeft overwogen dat uit de wetsgeschiedenis ten aanzien van artikel 32 WOR niet blijkt dat het de ondernemingsraad verboden is om te onderhandelen over de primaire arbeidsvoorwaarden, ook al is het uitgangspunt van de wetgever dat onderhandelingen door vakorganisaties worden gevoerd. Uit artikel 32 WOR vloeit voort dat het de werkgever vrij staat om aan de ondernemingsraad onderhandelingsbevoegdheden toe te kennen, mits deze daarmee instemt. Indien een en ander juist geregeld is in de arbeidsovereenkomsten van werknemers, is het mogelijk om de doorwerking in de individuele arbeidsovereenkomsten van de met de ondernemingsraad overeengekomen arbeidsvoorwaarden te bewerkstelligen.

1.5.1 Recht op onderhandelen

Ondanks het uitgangspunt van de wetgever kan de ondernemingsraad wel een (bovenwettelijk) instemmingsrecht hebben ten aanzien van primaire arbeidsvoorwaarden. Dit is echter pas het geval indien in de ondernemingsovereenkomst is vastgelegd dat de ondernemer geen besluit kan nemen over primaire arbeidsvoorwaarden zonder de instemming van de ondernemingsraad.

De vraag of aan de ondernemingsraad het instemmingsrecht kan worden toegekend over arbeidsvoorwaarden is definitief in positieve zin beslist door de wetswijziging van 1998. In artikel 32 WOR is aan de ondernemingsraad en ondernemer de bevoegdheid toegekend onderlinge afspraken te maken over de bevoegdheden van de ondernemingsraad, derhalve ook het instemmingsrecht ten aanzien van de vaststelling, wijziging of intrekking van arbeidsvoorwaarden. Het betreft hier een aan de ondernemingsraad toekomende verdere bevoegdheid met betrekking tot het recht op onderhandelen, dan wel het instemmingsrecht.

Wanneer daadwerkelijk een instemmingsrecht wordt overeengekomen, zijn alle procedures in verband met het instemmingsrecht van toepassing. Het betekent dat, indien aan de ondernemingsraad het instemmingsrecht betreffende arbeidsvoorwaarden is toegekend, de ondernemer niet zonder instemming van de ondernemingsraad (of vervangende toestemming) arbeidsvoorwaarden kan wijzigen. Wanneer de ondernemer dit wel doet, kan de ondernemingsraad zich op de nietigheid van het besluit beroepen. Het betekent ook dat de ondernemer, indien de instemming wordt onthouden, de kantonrechter kan verzoeken hem toestemming te verlenen een wijziging aan te brengen in de arbeidsvoorwaarden.

1.5.2 In beginsel geen instemmingsrecht primaire arbeidsvoorwaarden

Behoudens voorgaande uitzonderingen bestaat er voor de ondernemingsraad dus geen instemmingsrecht ten aanzien van primaire arbeidsvoorwaarden. Het is echter niet altijd gemakkelijk vast te stellen of de betreffende regeling uitsluitend een wijziging van de primaire arbeidsvoorwaarden betreft of tevens een wijziging van het beloningssysteem, een arbeids- en rusttijdenregeling of een vakantieregeling. Houdt de regeling uitsluitend een wijziging van de hoogte van de beloning, de arbeidsduur of het aantal vakantiedagen in, dan gaat het om primaire arbeidsvoorwaarden en heeft de ondernemingsraad in beginsel geen instemmingsrecht.

Betreft het niet enkel de hoogte van de beloning, maar eveneens de wijze waarop die wordt vastgesteld (vast, flexibel, opties etc.) dan kan toch gesproken worden van een beloningssysteem. Een vakantieregeling betreft de wijze van vaststelling wanneer de vakantie kan of moet worden opgenomen en niet sec het aantal vakantiedagen. Een arbeids- en rusttijdenregeling betreft de begin, einde- en pauzetijden van de arbeid en niet de arbeidsduur.

Volledigheidshalve wordt er ten slotte op gewezen dat steeds meer cao's de mogelijkheid aan een ondernemingsraad toekennen om arbeidsvoorwaarden afwijkend van de cao overeen te komen. Voorbeelden hiervan zijn de bouw-cao en enkele cao’s in de zorgsector. Dergelijke afspraken werken direct door in de individuele arbeidsovereenkomst. Het zijn immers afspraken binnen de cao.

1.6 Instemmingsrecht en het primaat van de cao

Het derde lid van artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden bepaalt dat indien de betrokken aangelegenheid inhoudelijk bij cao (of in een regeling van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiek orgaan) is geregeld, de ondernemer niet meer de instemming van de ondernemingsraad nodig heeft om die regeling uit te voeren. De ondernemer behoeft die instemming dus überhaupt niet te vragen. Deze uitzondering is in lijn met de voorrangsregels van wet- en regelgeving. Als de ondernemer aan een cao is gebonden, is hij verplicht de cao na te leven. Hij heeft niet meer de vrijheid om andere, met die cao strijdige, regelingen vast te stellen.

Achterliggende gedachte is dat ook de ondernemer op bepaalde terreinen, met name op het gebied van (primaire) arbeidsvoorwaarden, alleen met de vakbonden of vakorganisaties rekening hoeft te houden en niet ook steeds de ondernemingsraad hoeft te raadplegen. We noemen deze uitzondering ook het wel primaat van de cao.

1.6.1 Minimum-cao

Strijdig is in geval van een minimum-cao een regeling die ongunstig voor de werknemers van de cao afwijkt en in geval van een standaard-cao een regeling die überhaupt op enige wijze van de cao afwijkt. Strijdigheid doet zich uitsluitend voor indien het onderwerp reeds inhoudelijk bij cao is geregeld. Als er nog een zekere keuzevrijheid bestaat, blijft de verplichting om instemming te vragen bestaan (Minister van SZW, 18 juli 1985 en Kantonrechter Amersfoort 28 mei 1980, Rechtspraak medezeggenschapsrecht 1971-1981, nr. 63).

Ook een bepaling in de cao die aan de werkgever de bevoegdheid verleent nadere invulling te geven aan het bepaalde in de cao, ontneemt de ondernemingsraad niet het instemmingsrecht van artikel 27 WOR.

Dit standpunt is door de rechtbank 's-Gravenhage op 23 oktober 1991 (ROR 1992,9) bevestigd. Het betrof hier een besluit van de ondernemer de salarissen van een bepaalde groep werknemers vanwege personeelstekort voor de duur van een jaar met tien procent te verhogen. De van toepassing zijnde cao bood de werkgever de ruimte voor het nemen van dit 10%-besluit. De rechtbank overwoog dat gezien de beoordelingsvrijheid van de ondernemer in de betreffende cao er niet gesproken kan worden van een inhoudelijke regeling in de cao, zodat artikel 27, derde lid WOR niet van toepassing is.

Ten slotte behoudt de ondernemingsraad ook het instemmingsrecht indien de ondernemer zelf regelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden (in het onderhavige geval: een arbeids- en rusttijdenregeling) vaststelt, maar daarop de goedkeuring van een derde behoeft. Zo besliste de kantonrechter te Amsterdam op 3 september 1980 (Rechtspraak medezeggenschapsrecht 1981-1982, nr. 63), dat als een publiekrechtelijke subsidiegever aan de subsidieverlening bepaalde voorwaarden verbindt, waaronder de goedkeuring van de in artikel 27 WOR genoemde regelingen, dit nog geen vaststelling van de arbeidsvoorwaarden door de subsidiegever inhoudt.

1.7 Vervangende toestemming kantonrechter

Indien de ondernemingsraad geen instemming verleent, heeft de ondernemer de volgende opties. Hij kan ofwel afzien van het voorgenomen besluit, ofwel het voorgenomen besluit aanpassen, of zich tot de kantonrechter wenden en om vervangende toestemming verzoeken.

De ondernemer kan niet alleen een verzoek om vervangende toestemming indienen als de ondernemingsraad middels uitdrukkelijk besluit geen instemming verleent, maar ook indien de ondernemingsraad het nalaat om binnen de gestelde en/of redelijke termijn een reactie te geven.

De kantonrechter geeft slechts vervangende toestemming, indien de beslissing van de ondernemingsraad om geen instemming te geven onredelijk is, of het voorgenomen besluit van de ondernemer gevergd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen.

De kantonrechter zal dus eerst bezien of het onthouden van instemming onredelijk is. Is dat niet het geval, dan toetst de kantonrechter of er sprake is van zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen. Op de ondernemer rust de bewijslast hieromtrent.

1.7.1 Belangenafweging

De kantonrechter maakt in zijn beoordelen een belangenafweging. Hij verleent slechts vervangende toestemming indien de belangen van de ondernemer zwaarder wegen dan die van de ondernemingsraad. In geval de belangen van de ondernemingsraad zwaarder wegen of er sprake is van gelijke belangen, onthoudt de kantonrechter zijn toestemming.

Verleent de kantonrechter geen vervangende toestemming, dan kan de ondernemer tegen de beslissing van de kantonrechter in beroep bij het Gerechtshof. Eventuele toestemming van het Gerechtshof treedt eveneens in de plaats van de instemming van de ondernemingsraad. In het geval de kantonrechter wel vervangende goedkeuring verleent, dan is het de ondernemingsraad die daartegen beroep in kan stellen bij het Gerechtshof. Tenslotte kan zowel de ondernemingsraad als de ondernemer tegen het vonnis van het Gerechtshof cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad. In spoedeisende gevallen kan ook een kort geding gestart worden.

1.8 Beroep op de nietigheid

Indien de ondernemer een besluit neemt zonder instemming van de ondernemingsraad (en zonder vervangende toestemming), is dit besluit nietig. Dat betekent dat het besluit wordt geacht niet te bestaan; het heeft geen rechtsgevolgen en er kunnen geen rechten aan ontleend worden. De ondernemingsraad moet zich dan wel binnen een maand op de nietigheid beroepen. Deze termijn van een maand gaat lopen op het moment dat ofwel de ondernemer zijn besluit schriftelijk heeft meegedeeld aan de ondernemingsraad, ofwel de ondernemingsraad is gebleken dat de ondernemer uitvoering of toepassing geeft aan zijn besluit. Dat laatste moment is niet altijd eenvoudig vast te stellen.

Uit de rechtspraak blijkt dat onder uitvoering ook wordt verstaan de voorbereidingshandelingen die nodig zijn om het besluit op een later tijdstip te kunnen toepassen (Rechtbank Almelo, 1 februari 1984, Rechtspraak medezeggenschapsrecht 1984, nr. 45).

De eis dat de ondernemer zijn besluit na het doorlopen van de instemmingsprocedure schriftelijk moet mededelen aan de ondernemingsraad, is bedoeld om duidelijkheid te scheppen over het aanvangsmoment van de termijn.

De ondernemingsraad kan de nietigheid inroepen van een besluit ten aanzien waarvan hem geen instemming is gevraagd, of van een besluit ten aanzien waarvan hij expliciet geen instemming heeft verleend. Als de ondernemingsraad voorwaarden heeft gesteld aan zijn instemming, kan hij zich ook op de nietigheid beroepen als de ondernemer het besluit uitvoert zonder aan de voorwaarden van de ondernemingsraad te voldoen.

1.9 Na het beroep op de nietigheid

De ondernemer kan er na een beroep op nietigheid van de ondernemingsraad voor kiezen om de kantonrechter te verzoeken te verklaren dat de ondernemingsraad ten onrechte een beroep op de nietigheid heeft gedaan en/of om vervangende toestemming vragen. Vaak laat de ondernemer deze stap achterwege en start hij gewoon met uitvoeren. Voert de ondernemer zijn besluit ondanks het beroep op de nietigheid toch uit, dan kan de ondernemingsraad zich tot de kantonrechter wenden en deze verzoeken de ondernemer te verplichten zich te onthouden van handelingen die strekken tot uitvoering of toepassing van het nietige besluit. Deze procedure neemt twee tot drie maanden in beslag.

1.9.1 Kort geding

Wil de ondernemingsraad (op korte termijn) voorkomen dat de ondernemer verdere uitvoering geeft aan het besluit, dan zal hij zich tot de kantonrechter in kort geding of tot de voorzieningenrechter moeten wenden met het verzoek bij voorlopige voorziening de ondernemer te verbieden verdere uitvoering aan het nietige besluit te geven. In dat laatste geval moet wel de spoedeisendheid aannemelijk worden gemaakt.

In het kader van zo’n kort geding procedure is slechts aan de orde

  • of het betreffende besluit een besluit is als genoemd in artikel 27 WOR,

  • of de ondernemingsraad instemming heeft verleend en

  • of de nietigheid tijdig is ingeroepen.

De ondernemer kan zich dus ook enkel verweren door te stellen dat geen sprake is van een instemmingsplichtig besluit, door te stellen dat instemming verleend is of door te stellen dat de nietigheid niet tijdig is ingeroepen. De inhoud van het besluit is niet aan de orde, evenals de vraag of de ondernemingsraad al dan niet terecht instemming heeft onthouden en/of er zwaarwegende bedrijfsbelangen zijn. Die vragen zijn aan de orde indien de ondernemer de kantonrechter verzoekt hem toestemming te geven het besluit te nemen.

1.9.2 Verzoekschriftprocedures

Alle procedures (vanzelfsprekend met uitzondering van de kort gedingprocedure) in verband met artikel 27 WOR en artikel 36 WOR zijn normale verzoekschriftprocedures. Dat houdt in dat de vordering wordt ingeleid met een verzoekschrift, de verweerder in de gelegenheid wordt gesteld een verweerschrift in te dienen, waarna een mondelinge behandeling plaatsvindt. Deze procedure geldt derhalve zowel in het geval de ondernemingsraad op grond van artikel 36 WOR een verbod van verdere uitvoering van het besluit vraagt, als in het geval de ondernemer de kantonrechter verzoekt vast te stellen dat de ondernemingsraad ten onrechte een beroep op de nietigheid heeft gedaan of aan de kantonrechter vervangende goedkeuring vraagt.

Niet in alle gevallen wenst de ondernemingsraad daadwerkelijk een uitspraak van de rechter die de ondernemer verbiedt om verdere uitvoering aan het besluit te geven. In een aantal gevallen is het er de ondernemingsraad namelijk uitsluitend om te doen te laten vaststellen dat het besluit van de ondernemer instemmingsplichtig is en de ondernemer derhalve dit besluit niet zonder de instemming van de ondernemingsraad had mogen nemen. Deze situatie doet zich met name voor indien bepaalde besluiten bij herhaling door de ondernemer worden genomen. Door middel van een procedure wil de ondernemingsraad dan veilig stellen dat de ondernemer in de toekomst wel om instemming zal vragen. De ondernemingsraad verzoekt de rechter in een dergelijk geval voor recht te verklaren dat het besluit van de ondernemer instemmingsplichtig is, zonder tevens te verzoeken de ondernemer te gelasten het besluit niet verder uit te voeren en reeds gedane uitvoeringshandelingen ongedaan te maken.

Het is enige tijd onzeker geweest of in een verzoekschriftprocedure, zoals de WOR-procedures, een verklaring voor recht kan worden gevraagd. De Hoge Raad heeft aan deze discussie in zijn beschikking van 31 maart 2000 (JAR 2000, 101) een einde gemaakt. De Hoge Raad heeft terecht geoordeeld dat de verklaring voor recht ook in het kader van een verzoekschriftprocedure kan worden gevorderd. Dat betekent dat zowel ex artikel 36 WOR, als ex artikel 27 lid 6 WOR de kantonrechter kan worden verzocht voor recht te verklaren dat het besluit aan het instemmingsrecht van de ondernemingsraad is onderworpen.

Vragen over dit artikel?
Stel uw vraag
Details
Gerelateerd
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Instemming vereist met wijziging retourprovisie?
24-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Toestemming kantonrechter voor wijziging werktijden
24-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Verzoek ondernemingsraad tot nakoming overeenkomst
24-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Advies Bedrijfscommissie moet eerst worden afgewacht
24-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Geen vervangende toestemming door rechter
24-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Voorstel wijziging nachtdienstregeling redelijk
24-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidstijden OR mocht niet instemming aan invoering nieuw dienstrooster worden onthouden
24-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Geen instemming or over inkorting vroege dienst
24-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Wijziging in werkrooster
24-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Instemmingsrecht wijziging beloningssysteem?
24-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidsrecht Cameratoezicht en Mystery Guest II
24-01-2020
Werkterreinen van de or Pensioenen Weigering instemming met pensioenwijziging niet onredelijk
23-01-2020
Werkterreinen van de or Pensioenen COR te laat met inroepen nietigheid besluit
23-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Niet toepassen winstdelingsregeling instemmingsplichtig
23-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Instemming vereist met wijziging retourprovisie?
23-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Werktijdenregeling nietig
23-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Centrale ondernemingsraad bevecht jubileumuitkeringen
23-01-2020
Werkterreinen van de or Pensioenen Verhoging pensioenpremie voor werknemers door rechter teruggedraaid
22-01-2020
Werkterreinen van de or Pensioenen Bezwaren tegen wijziging pensioenregeling toegewezen
22-01-2020
Werkterreinen van de or Pensioenen Pensioenperikelen directie en de positie van de or
22-01-2020
Werkterreinen van de or Reorganisatie Besluit tot geringe organisatiewijziging onredelijk
22-01-2020
Werkterreinen van de or Reorganisatie Niet voldaan aan voorwaarde sociaal plan in advies OR
22-01-2020
Wet op de ondernemingsraden Geschillen Verzoek tot naleving van de WOR
21-01-2020
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Nietigheid besluit te laat ingeroepen
21-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Eenzijdige wijziging van vaste ploegendiensttoeslag toegestaan
21-01-2020
Werkterreinen van de or Pensioenen OR heeft geen instemmingsrecht bij wijziging uitvoeringsovereenkomst
21-01-2020
Werkterreinen van de or Pensioenen Pensioenperikelen
21-01-2020
Werkterreinen van de or Pensioenen Instemmingsrecht wijziging pensioengrondslag
21-01-2020
Wet op de ondernemingsraden Adviesrecht Adviesrecht kernbegrippen
15-01-2020
Wet op de ondernemingsraden Adviesrecht Besluit tot inhuren tijdelijk personeel kennelijk onredelijk
14-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Heeft de ondernemingsraad instemmingsrecht bij een tijdelijke loonsverhoging?
14-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Is verandering salarisperiode adviesplichtig?
14-01-2020
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Op welk medezeggenschapsniveau moet de OR om advies of instemming gevraagd worden?
14-01-2020
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Loonmatiging wegens bedrijfseconomische omstandigheden redelijk
09-01-2020
Wet op de ondernemingsraden Adviesrecht Besluit moet worden ingetrokken: motivering onvoldoende
08-01-2020
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Stappenplan bij de procedure van artikel 27 WOR
08-01-2020
Wet op de ondernemingsraden Adviesrecht Het voorgenomen besluit en het tijdstip waarop advies gevraagd moet worden
07-01-2020
Wet op de ondernemingsraden Adviesrecht De vorm en tijdstip van het advies
07-01-2020
Wet op de ondernemingsraden Adviesrecht Voor-fase en WOR-fase in het adviesrecht
07-01-2020
Wet op de ondernemingsraden Adviesrecht De procedure van artikel 25
06-01-2020
Wet op de ondernemingsraden Adviesrecht Wijziging vacaturebeleid gemeente
02-01-2020
Werkterreinen van de or Pensioenen Pensioenperikelen
13-12-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Integratie doorstaat de toets
13-12-2019
Werkterreinen van de or Vakantie en verlof Ruzie tussen OR en bestuurder over collectieve vakantiedagen
09-12-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Wijziging toeslagsysteem niet onrechtmatig
05-12-2019
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Vervangende toestemming roosters
29-11-2019
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Onderdeelcommissie stemt niet in met zomerroosters
29-11-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Toelichting artikel 28
28-11-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Toelichting artikel 32
28-11-2019
Werkterreinen van de or Vakantie en verlof Mag een werkgever mensen bij een collectief verlof toch te werk stellen?
21-11-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Hypotax-regeling is geen beloningsregeling
19-11-2019
Werkterreinen van de or Vakantie en verlof Vakantieregeling school behoeft instemming ondernemingsraad
18-11-2019
Werkterreinen van de or Vakantie en verlof Ten onrechte geen instemming gevraagd over wijziging tijd-voor-tijdregeling
18-11-2019
Werkterreinen van de or Vakantie en verlof Afschaffen bijzonder verlof instemmingsplichtig
18-11-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsomstandigheden Arbocatalogi
22-10-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsomstandigheden Arbo en medezeggenschap: samenhang
22-10-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Wat zijn arbeidsvoorwaarden?
21-10-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Beloning
21-10-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsomstandigheden Arbeidsomstandighedenwetgeving
21-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 WOR
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 1a
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 1b
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 1c
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 1d
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 1e
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 1f
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 1g
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 1h
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 1i
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 1j
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 1k
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 1l
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 1m
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 2
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 3
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 4 en 5
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 6
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Toelichting artikel 27 lid 7
18-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Adviesrecht Toelichting artikel 26 WOR
17-10-2019
Or en communicatie Vergaderen Toelichting artikel 23b WOR
15-10-2019
Or en communicatie Achterban Mag de ondernemingsraad instemmen zonder achterban?
14-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Geschillen Algemene geschillenregeling
08-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Geschillen De procedure bij de kantonrechter
08-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Communicatie bij instemming
07-10-2019
Organisatie van het or-werk Rechtspositie ondernemingsraadleden Ontbinding arbeidsovereenkomst OR-lid geoorloofd
07-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Geschillen Benoeming bestuurders moet ongedaan worden gemaakt
04-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Geschillen Negatief advies verschilt te weinig van conceptadvies
04-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Geschillen Gemeente mag niet ontvlechten
04-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Geschillen Besluit tot outsourcing bedrijfshoreca is niet kennelijk onredelijk
04-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Geschillen Wat zijn de stappen als de ondernemingsraad nietigheid heeft ingeroepen?
04-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Geschillen Negeren adviesrecht en onvolledige informatievoorziening? Wat nu?
04-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Geschillen Voorbeeldbrief aan achterban over het in beroep gaan bij de rechter
04-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Primaat van de politiek Primaat van de politiek staat objectief vast
04-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Is er instemmingsrecht bij een tijdelijke loonsverhoging?
03-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Heeft de ondernemingsraad instemmingsrecht als de pauzetijden worden aangepast?
03-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Heeft de ondernemingsraad instemmingsrecht bij een nieuw leiderschapsprofiel?
03-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Contracten voor leaseauto's worden hernieuwd. Is instemming nodig?
03-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Voorbeeldbrief formulering onthouden van instemming
03-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Retourneren onvolledig voorgenomen directiebesluit
03-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Kernbegrippen instemmingsrecht
03-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht E-HRM-systeem in de cloud: instemmingsplichtig?
02-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Is een medewerkersonderzoek instemmingsplichtig?
02-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Wat is de rol van de ondernemingsraad bij externe vertrouwenspersonen?
02-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Heeft de ondernemingsraad instemmingsrecht voor verplichte training?
02-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Adviesrecht Wat is een redelijke termijn voor advies of instemming?
02-10-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Kantonrechter weigert vervangende toestemming
24-09-2019
Wet op de ondernemingsraden Informatierecht OR niet ontvankelijk wegens het overslaan van BC-procedure
24-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsrecht Aanstellingsbeleid niet gewijzigd door besluit
24-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsrecht Het is onredelijk om geen instemming te geven
24-09-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Aanvang termijn bij instemmingsplichtig besluit
24-09-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Wijziging vacaturebeleid gemeente
24-09-2019
Wet op de ondernemingsraden Instemmingsrecht Pilot is geen instemmingsplichtig voorgenomen besluit
23-09-2019
Werkterreinen van de or Pensioenen Eenzijdige wijziging pensioenreglement
12-09-2019
Werkterreinen van de or Pensioenen OR verliest hoger beroep over instemmingsrecht pensioenwijzigingen
12-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Geen instemmingsrecht over afschaffen eindejaarsregeling
12-09-2019
Werkterreinen van de or Pensioenen Werkgever heeft zwaarwichtig belang bij wijziging premieverdeling
12-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Handhaven na gedogen niet instemmingsplichtig
12-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Geen stilzwijgende besluitvorming in publieke sector
12-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Geen instemmingsrecht bij wijziging feitelijke regeling
12-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Vaststelling nieuwe werkroosters instemmingsplichtig
12-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Kantonrechter acht weigering instemming ondernemingsraad onredelijk
12-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Werkgeefster hoeft niet mee te werken aan verzoek functie-indeling
12-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Niet voortzetten eindejaarsuitkering niet instemmingsplichtig
12-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsomstandigheden In hoeverre roken moet mogen
12-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Wijziging beloningsregelingen niet instemmingsplichtig
12-09-2019
Werkterreinen van de or Vakantie en verlof Artikel 27 lid 1 sub b vakantieregeling
06-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Beëindiging autoleaseregeling
06-09-2019
Werkterreinen van de or Pensioenen Geen recht op uitbetaling toekomstige pensioenschade
06-09-2019
Werkterreinen van de or Reorganisatie Richtlijn inzake de gevolgen van ontslag niet instemmingsplichtig
06-09-2019
Werkterreinen van de or Pensioenen Aanpassing pensioenregeling toegestaan
06-09-2019
Werkterreinen van de or Pensioenen Geen instemmingsrecht over wisseling pensioenuitvoerder
06-09-2019
Werkterreinen van de or Pensioenen Artikel 27 WOR lid 1 sub a - Pensioenregelingen
05-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidsvoorwaarden Artikel 27 lid 1 sub 1 winstdelingsregeling en spaarregeling
05-09-2019
Werkterreinen van de or Arbeidstijden Artikel 27 lid 1 sub b arbeids- en rusttijdenregeling
05-09-2019
Wet op de ondernemingsraden Adviesrecht Adviesrecht van de ondernemingsraad
04-09-2019
Wet op de ondernemingsraden Adviesrecht Invloed met adviesrecht
04-09-2019
Inhoudsopgave