THEMA'S
SERVICE & ADVIES

Compensatie in tijd voor OR-werk?

Datum:02-12-2019

Wanneer ondernemingsraadsleden werkzaamheden voor de ondernemingsraad verrichten, kunnen zij hun normale werkzaamheden niet uitvoeren. Dit kan gevolgen hebben voor de organisatie van het werk van hun collega’s. De ondernemingsraad van de Twentse Jeugdhuizen Almelo verzoekt de Bedrijfscommissie tot bemiddeling en advies in het conflict dat hij heeft met de ondernemer over de vraag of deze verplicht kan worden compensatie in tijd te bieden aan het team waarin de ondernemingsraadsleden werken. Op 7 oktober 1994 adviseert de BC de Raad om geen procedure bij de kantonrechter aan te vangen, omdat de Wet op de ondernemingsraden geen aanknopingspunten biedt.

Wetgeving: Artikel 17 van de WOR

Instantie: Bedrijfscommissie voor de Welzijnssector, 7 oktober 1994

Feiten

Wanneer de leden van de ondernemingsraad van de Twentse Jeugdhuizen Almelo OR-werkzaamheden verrichten, zijn zij niet beschikbaar voor hun normale werkzaamheden. Dit verhoogt de werkdruk voor met name de werknemers/collega’s die werkzaam zijn in het pedagogische team. De ondernemingsraad wil dat de ondernemer compensatie in tijd biedt, of dat hij het arbeidscontract van ondernemingsraadsleden uitbreidt. Als voorbeeld noemt de ondernemingsraad de positie van de secretaris. De ondernemer wil hier echter niets van weten.

De ondernemingsraad heeft vervolgens een verzoek tot bemiddeling en advies ingediend bij de Bedrijfscommissie voor de Welzijnssector (BC). De ondernemingsraad vraagt de BC zich uit te spreken dat de ondernemer ervoor moet zorgen dat de teams, waaruit de ondernemingsraadsleden afkomstig zijn, gecompenseerd worden voor de tijd waarin de leden werkzaam zijn voor de ondernemingsraad. De ondernemingsraad beroept zich op de artikelen 17, 18 en 22 van de WOR. Daarnaast beroept de ondernemingsraad zich op de (uitvoeringsregeling van de) cao Jeugdhulpverlening. De ondernemer vindt dat het verzoek van de ondernemingsraad afgewezen moet worden. De tekst of zelfs de strekking van de door de Raad genoemde bepalingen verplichten hem niet tot het bieden van compensatie in de door de ondernemingsraad gewenste zin, of tot het aanbieden van een uitbreiding van het arbeidscontract tussen de werkgever en de werknemer die tevens ondernemingsraadslid is.

Oordeel Bedrijfscommissie

De Bedrijfscommissie somt allereerst de faciliteiten e.d. op, die de ondernemingsraad op grond van de artikelen 17 en 18 van de WOR heeft. Uit deze opsomming blijkt dat in de Wet op de ondernemingsraden uitsluitend regelingen met betrekking tot de faciliteiten van ondernemingsraden zijn opgenomen. De relatie tussen de ondernemer en de overige werknemers en de mogelijke gevolgen in de organisatie in het werk van de (overige) werknemers in verband met het feit dat ondernemingsraadsleden hun functie uitoefenen, worden niet in de WOR besproken of geregeld. Ook artikel 22 lid 1 van de WOR (ondernemer betaalt de kosten) biedt geen aanknopingspunt voor het standpunt van de ondernemingsraad. Deze bepaling gaat immers over de relatie tussen de ondernemer en de Raad in verband met de functie-uitoefening door de ondernemingsraad.

Het artikel in het Uitvoeringsbesluit R van de cao Jeugdhulpverlening, waarop de ondernemingsraad zich beroept, kan ook geen uitkomst bieden. Dit artikel geeft slechts aan dat de werkgever de arbeidsduur van de parttimer/lid tijdelijk kan uitbreiden. Toekenning van extra uren aan de parttimer is dus geen verplichting, maar een (aantrekkelijke) mogelijkheid. De Bedrijfscommissie adviseert de ondernemingsraad de procedure voor de kantonrechter niet aan te vangen.

De Bedrijfscommissie merkt op dat het in de praktijk niet ongebruikelijk en zeker ook niet onredelijk is om aan de secretaris van de ondernemingsraad, die geen administratieve bijstand ontvangt, een beperkt aantal uren per week of per maand toe te kennen. Wanneer de secretaris fulltime werkt, betekent de toekenning van de extra uren een extra vrijstelling van het gewone werk. In het geval de secretaris een parttime functie heeft, is het mogelijk de extra uren te realiseren door middel van extra vrijstelling, dan wel door middel van een tijdelijke uitbreiding van het arbeidscontract.

Aantekening

Wanneer de secretaris echter fulltime werkt, zal de toekenning van een extra vrijstelling geen soelaas bieden voor collega’s, omdat het geen compensatie betreft. De extra vrijstelling wordt immers gebruikt voor het verrichten van werk voor de ondernemingsraad.

De Wet op de ondernemingsraden biedt in dit soort gevallen dus geen oplossing, simpelweg omdat er in de wet niets over geregeld staat. Stel, dat in een ondernemingsraad veel of alleen maar deeltijders zitten. Sommige ondernemingsraadsleden besteden dan per week soms net zo veel tijd aan het OR-werk als aan hun gewone werk. De betreffende ondernemingsraad heeft daarom (in overleg) met de ondernemer besloten om zoveel mogelijk in hun vrije tijd te vergaderen e.d. Het is dan wel alleszins redelijk dat de ondernemingsraadsleden een vergoeding in geld krijgen voor de tijd die ze aan het Raadswerk besteden. Voor alles geldt echter dat er vooraf overleg plaats vindt tussen de ondernemer en de ondernemingsraad.

Er kan in dit verband nog gewezen worden op een uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Bötel uit 1992 (JAR 1992 nr. 43). In die zaak ging het om een Duitse werkgever die weigerde om deeltijders/OR-leden loon te betalen over de uren die zij in hun vrije tijd besteedden aan scholing in verband met werkzaamheden voor de ondernemingsraad. Het Hof oordeelde dat vanwege het feit dat in de betreffende bedrijfstak aanzienlijk meer vrouwen dan mannen werkten, de weigering van de werkgever in strijd was met het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen. Interessant aan deze vrouwvriendelijke uitspraak was ook het gegeven dat het Europese Hof het belang onderschreef van een goede vertegenwoordiging in het OR-werk van vrouwen en parttimers.

Ten slotte kan een ondernemingsraad zich in discriminatiezaken ook richten tot de Commissie Gelijke Behandeling (College voor de Rechten van de Mens) op grond van artikel 12 van de Algemene wet gelijke behandeling.

Let op
De Wet op de ondernemingsraden kent geen regelingen ten aanzien van de mogelijke gevolgen in de organisatie in het werk van de (overige) werknemers in verband met het feit dat dat ondernemingsraadsleden hun functie uitoefenen. Een mogelijke compensatie in tijd voor het onderdeel waarin de leden werkzaam zijn kan slechts volgen uit overleg tussen de ondernemer en de ondernemingsraad.

Vragen over dit artikel?
Stel uw vraag
Details
Gerelateerd
Wet op de ondernemingsraden Adviesrecht Beroepstermijn verstreken: wat nu?
14-01-2020
Organisatie van het or-werk Rechtspositie ondernemingsraadleden Rechter wijst vermindering van arbeidsduur ondernemingsraadslid toe
05-12-2019
Organisatie van het or-werk Werkwijze van de ondernemingsraad Ondernemingsraadswerk is ook werk
02-12-2019
Or en communicatie Vakbonden Uren voor vakbondswerk niet uitbetaald
02-12-2019
Organisatie van het or-werk Werkwijze van de ondernemingsraad Wijziging faciliteiten ondernemingsraad
02-12-2019
Organisatie van het or-werk Werkwijze van de ondernemingsraad Hoeveel uur mag ondernemingsraad besteden aan OR-werk?
02-12-2019
Or en communicatie Vergaderen Samenvoeging van uren voor beraad en vergadertijd is niet juist
02-12-2019
Or en communicatie Vergaderen Telt de reistijd van en naar de or-vergadering ook als werktijd?
18-10-2019
Or en communicatie Vergaderen OR mag zoveel vergaderen als (redelijkerwijs) nodig is
18-10-2019
Inhoudsopgave